De Europese Commissie heeft een communautaire strategische koers vastgesteld met strategische prioriteiten en hiervoor richtsnoeren gepresenteerd. Deze richtsnoeren bevatten Europese prioriteiten voor het plattelandsbeleid voor de periode 2007-2013.
Elke lidstaat heeft op grond van de Europese richtsnoeren een nationale strategie opgesteld voor het plattelandsbeleid die fungeert als referentiekader voor de nationale of regionale plattelandsontwikkelingsprogramma's.
De Commissie heeft in totaal zes strategische richtsnoeren voor plattelandsontwikkeling geformuleerd: één per as (hoofddoelstelling) uit de plattelandsverordening en twee algemene richtsnoeren:
Richtsnoer 1: As 1 (maatregelen ter versterking van de concurrentiekracht van de landbouw- en bosbouwsector) moet bijdragen aan een sterke en dynamische Europese agro-foodsector. Middelen moeten daarom met name worden besteed voor prioriteiten als:
kennisoverdracht en innovatie in de voedselketen;
prioritaire sectoren voor investeringen in fysiek en menselijk kapitaal;
daarbij wordt speciaal gewezen op het belang van het ondersteunen van jonge boeren.
Richtsnoer 2: De voor as 2 (steun voor landbeheer) beschikbare middelen moeten met name worden ingezet voor drie communautaire prioriteiten, te weten:
biodiversiteit;
de instandhouding van landbouw met een hoge natuurwaarde, water en de klimaatverandering;
de instandhouding van bosbouwsystemen met een hoge natuurwaarde, water en de klimaatverandering.
Richtsnoer 3: Gelden voor as 3 (maatregelen op het gebied van diversificatie van de plattelandseconomie en verhogen van de leefbaarheid) moeten met name worden ingezet ten behoeve van de overkoepelende prioriteit werkgelegenheid.
Richtsnoer 4: de middelen uit as 4 (het LEADER-programma) staan ten dienste van de prioriteiten van de assen 1, 2 en 3, maar zijn tevens van groot belang voor de verbetering van het bestuur en de verwezenlijking van het reeds in de plattelandsgebieden aanwezige ontwikkelingspotentieel.
Richtsnoer 5: Synergie tussen en binnen de assen moet worden bevorderd en discrepantie tussen de maatregelen moet worden voorkomen. Voorts moet rekening worden gehouden met EU-strategieën op andere terreinen, zoals onder meer biologische landbouw, hernieuwbare energie, klimaatverandering en de bossenstrategie;
Richtsnoer 6: De door de lidstaten in te zetten acties gefinancierd uit plattelandsfonds, landbouwfonds, visserijfonds en structuurfondsen moeten complementair worden ingezet. In de nationale strategie moet de precieze afbakening tussen deze instrumenten worden gedefinieerd.
Met name bij de richtsnoeren 1 t/m 4 worden concrete kernacties genoemd die lidstaten moeten inzetten om de genoemde prioriteiten te kunnen realiseren.
Hieronder kunt u de strategische richtsnoeren downloaden:
Communautaire strategische richtsnoeren besluit van de Raad van 19 januari 2009
tot wijziging van Besluit 2006/144/EG inzake de communautaire strategische richtsnoeren voor plattelandsontwikkeling (programmeringsperiode 2007-2013)